Uw bemoediging voor deze week:
Goedemorgen geliefde mensen... Bon siman ❤️🙏
Er zijn maar weinig vragen zo belangrijk als deze: Is Jezus God?
Veel mensen erkennen Jezus als een profeet, een goed mens of een bijzondere leraar.
Maar de echte vraag is niet wat mensen over Jezus zeggen.
De vraag is: wat zegt de Schrift over Jezus, en wat zei Jezus over Zichzelf?
Wanneer we de woorden van Jezus zorgvuldig onderzoeken, ontdekken we dat Hij sprak en handelde op een wijze die volgens de Schrift alleen aan God toebehoort.
Jezus zegt: “Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken hen, en zij volgen Mij.
En Ik geef hun eeuwig leven, en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid, en niemand zal hen uit Mijn hand rukken.” (Johannes 10:27-28)
Let op wat Jezus hier zegt: Mijn schapen. Mijn stem. Mijn hand. Ik geef eeuwig leven.
Jezus zegt niet slechts dat Hij de weg naar het leven wijst; Hij zegt dat Hij Zelf eeuwig leven geeft.
Wat zegt de HEERE?
In Deuteronomium 32:39 zegt de HEERE:
“Zie nu dat Ik, Ik Die ben, en er is geen God naast Mij.
Ik dood en Ik maak levend. Ik verwond en Ik genees. En er is niemand die uit Mijn hand kan redden.”
Vergelijk dit met de woorden van Jezus:
Jezus zegt: Ik geef leven.
Jahweh zegt: Ik maak levend.
Jezus zegt: Niemand kan hen uit Mijn hand rukken.
Jahweh zegt: Niemand kan uit Mijn hand redden.
Dezelfde taal. Dezelfde macht. Dezelfde goddelijke autoriteit. Dezelfde aanspraak op wat alleen God toebehoort.
Psalm 95:7-8 zegt:
“Want Hij is onze God, en wij zijn het volk van Zijn weide en de schapen van Zijn hand.
Heden, indien u Zijn stem hoort, verhard uw hart niet.”
Opnieuw zien we dezelfde woorden: Schapen. Zijn hand. Zijn stem.
Jezus zegt: “Mijn schapen horen Mijn stem.” De psalmist spreekt over de schapen van de HEERE.
Jezus past deze taal op Zichzelf toe. Maar daar blijft het niet bij.
Hij claimde ook een gezag dat volgens de Schrift alleen aan God toebehoort: het vergeven van zonden.
Wie kan zonden vergeven behalve God alleen?
Toen een verlamde man bij Jezus werd gebracht, zei Hij: “Zoon, uw zonden zijn u vergeven.” (Markus 2:5)
De Schriftgeleerden reageerden direct: “Wie kan zonden vergeven dan God alleen?” (Markus 2:7)
Dat was precies het punt. Alleen God heeft het recht om zonden definitief te vergeven.
Maar Jezus trok Zijn woorden niet terug. Integendeel!
Hij zei: “Maar opdat u zult weten dat de Zoon des mensen macht heeft op aarde zonden te vergeven…”
(Markus 2:10) Daarna genas Hij de verlamde man. Jezus handelde met een gezag dat alleen God bezit.
Toen Lazarus gestorven was, sprak Jezus met Martha.
Hij zei niet dat Hij slechts een boodschapper van het leven was.
Hij zei: “Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft zal leven, ook al was hij gestorven." (Johannes 11:25)
Dit is een van de meest indrukwekkende uitspraken die Jezus ooit deed.
En direct daarna riep Hij Lazarus uit het graf. Daarmee bevestigde Hij met Zijn daad wat Hij met Zijn woorden had verklaard. Jezus zegt niet dat Hij alleen onderwijs geeft over het leven. Hij zegt: “Ik ben het Leven.”
God alleen is de bron van leven. Hij alleen heeft macht over dood en graf.
Maar Jezus ging nog verder. Hij sprak woorden die voor Zijn Joodse toehoorders een diepe betekenis hadden.
Toen zij Hem vroegen hoe Hij Abraham kon hebben gezien, antwoordde Jezus:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Vóór Abraham geboren was, ben Ik.” (Johannes 8:58)
Jezus zei niet: “Ik was.” Hij zei: “Ik ben.” Met die woorden verwees Hij naar de Naam waarmee de HEERE Zich aan Mozes openbaarde: “IK BEN DIE IK BEN.” (Exodus 3:14)
Zijn toehoorders begrepen de betekenis van Zijn woorden. Daarom namen zij stenen op om Hem te stenigen. (Johannes 8:59)
Jezus verklaarde: “Ik en de Vader zijn één.” (Johannes 10:30)
Hij zei niet dat Hij de Vader is. Maar Hij openbaarde dat Hij één is met de Vader.
Eén in macht. Eén in autoriteit. Eén in heerlijkheid.
Dit wijst op een eenheid die verder gaat dan alleen een eenheid van wil of doel.
Jezus openbaart Zich als één met de Vader, zonder te zeggen dat Hij de Vader is.
Eén in het geven van eeuwig leven. Eén in het bewaren van Gods volk.
De mensen die Jezus hoorden, begrepen heel goed wat Hij bedoelde.
Daarom lezen we: “Toen namen de Joden opnieuw stenen op om Hem te stenigen.” (Johannes 10:31)
Toen Jezus vroeg waarom zij Hem wilden stenigen, antwoordden zij:
“Niet vanwege een goed werk willen wij U stenigen, maar vanwege godslastering, en omdat
U, Die een mens bent, Uzelf God maakt.” (Johannes 10:33)
De Joden beschuldigden Jezus niet omdat Hij zei dat Hij een profeet was.
Zij beschuldigden Hem omdat Hij sprak zoals God spreekt. Omdat Hij deed wat God doet.
Omdat Hij aanspraken maakte die volgens de Schrift alleen aan God toebehoren.
Wat betekent dit voor ons?
Dit is niet slechts een theologische discussie. Dit gaat over onze redding.
Als Jezus werkelijk God is, dan zijn Zijn beloften absoluut betrouwbaar.
Dan kan niemand ons uit Zijn hand rukken. Dan heeft Hij macht om onze zonden te vergeven.
Hij heeft macht over leven en dood. En Hij schenkt eeuwig leven aan allen die in Hem geloven.
Wanneer angst je aanvalt, herinner jezelf dan aan Zijn woorden:
“Niemand zal hen uit Mijn hand rukken.” (Johannes 10:28)
Wanneer schuld je aanklaagt, herinner jezelf dan aan Zijn woorden:
“Uw zonden zijn u vergeven.” (Markus 2:5)
Wanneer verdriet en dood je omringen, herinner jezelf dan aan Zijn woorden:
“Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft zal leven, ook al was hij gestorven.
En ieder die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid. Gelooft u dat?" (Johannes 11:25-26)
Jezus zei: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. (Johannes 14:6)
Jezus geeft eeuwig leven.
Jezus vergeeft zonden.
Jezus is de Opstanding en het Leven.
Jezus noemt Zichzelf "IK BEN".
Jezus heeft macht over dood en leven.
Jezus zegt: "IK en de Vader zijn één."
Jezus bewaart Zijn schapen voor eeuwig.
Jezus spreekt en handelt met de autoriteit van Jahweh.
Daarom begrepen de Joden heel goed wat Hij bedoelde. Daarom wilden zij Hem stenigen.
Conclusie: Jezus is niet zomaar een leraar, niet slechts een profeet en niet alleen een wonderdoener.
Hij is de Zoon van God. Die spreekt en handelt met goddelijke autoriteit.
En daarom klinkt ook vandaag dezelfde vraag aan ons, die Jezus aan Martha stelde:
“Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft zal leven, ook al was hij gestorven.
En ieder die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid. Gelooft u dat?" (Johannes 11:25-26)
Moge ieder van ons, net als Martha, antwoorden:
“Ja, Heere, ik geloof dat U de Christus bent, de Zoon van God, Die in de wereld komen zou.” (Johannes 11:27)
Jezus is Heer, tot eer van God de Vader. Amen! ✝️🙏🏾
Zegengroet,
Angelo Senchi ❤️🙏
Reactie plaatsen
Reacties